maandag 24 februari 2014

Een cruciale week



Catherine en ik wonen ondertussen al vier en een halve maand in Tel Aviv. Ik durf ondertussen al te zeggen dat ik deze stad zeer goed ken: als je me op een willekeurige plaats in de stad zou droppen, vind ik normaal gezien zonder probleem de weg terug naar ons appartement. Het gebeurt zelfs regelmatig dat Israëli’s van buiten Tel Aviv me de weg vragen in het Hebreeuws, en ik ze in een paar woorden de juiste richting aanwijs, zonder door te hebben dat ze zojuist zijn geholpen door een ‘toerist’. 

Nog anderhalve maand duurt ons verblijf hier. Op professioneel vlak vond ik het tot hiertoe een meevaller: ik heb het doctoraatshoofdstuk waarvoor ik hier ben al een tijdje af, en ik werd vandaag door mijn plaatselijke bazin aan iemand voorgesteld als ‘mijn medewerker uit België, die tot ons onderzoeksteam behoort’. Dat voelt toch een beetje aan als een erkenning. Bovendien schrijven we samen aan een paper die we op een conferentie in de VS gaan presenteren eind augustus. Kortom, ik heb er wel wat aan gehad om naar hier te komen. 

Op persoonlijk vlak is de trip tot hiertoe geslaagd na deliberatie. We hebben het regelmatig nog moeilijk met de directheid – of simpelweg onbeschoftheid – van sommige mensen hier. We betrappen onszelf er soms op dit over te nemen: voorkruipen in de rij, iemand voorbijspurten voor die laatste plaats op de sherut, een elleboog uitdelen aan iemand die niet aan de kant wil gaan,… Ik ben daar niet trots op, maar anders lopen ze gewoon over je heen. Dat wordt terug aanpassen in het brave Vlaanderen, waar iedereen mooi zijn beurt afwacht en ‘anticipeert’ bij tegenliggers op het voetpad. Een reverse culture shock, als het ware. Daartegenover staan een aantal mensen die we absoluut gaan missen bij vertrek: het bevriende koppel uit Ramat Gan en hun tweeling, en bijvoorbeeld ook mijn Roemeense collega en zijn partner. Het bezoek uit eigen land heeft ons ook telkens deugd gedaan.

De grootste tegenvaller van ons buitenlands avontuur is echter ons appartement op King George Street. Een verstopte afvoer, gebrek aan warm water, geen zonlicht of frisse lucht, instabiele internetverbinding en onaangename buren. Dat vat het zowat samen, en heeft ons de voorbije vier maanden heel wat frustraties opgeleverd. Maar. Donderdag komt daar een einde aan, en verhuizen we naar een ander appartement, in een rustige wijk dichtbij Rabin Square. Een plek met veel lichtinval, op de bovenste verdieping, en met twee slaapkamers. Én een eigen wasmachine! Ik kan bijna niet uitdrukken hoe hard we daar naar uitkijken. En daarom vind ik dit dus een zeer cruciale week: op naar veel meer comfort!

Daarnaast is het vrijdagochtend ook tijd voor de Tel Aviv Marathon! Acht uur ’s ochtends start mijn persoonlijke kruistocht door de stad, al hou ik het wel op een halve marathon. Afgelopen weekend werd de trainingssessie met één van mijn Leuvense collega’s in het losse zand van Tel Aviv Beach nog redelijk slecht verteerd, dat belooft… Verslag volgt! Layla tov!

maandag 10 februari 2014

Hebreeuws voor beginners



Catherine en ik zijn vorige week begonnen met een spoedcursus Hebreeuws hier in Tel Aviv. We volgen twee keer per week les bij ulpan Gordon, de meest bekende ulpan of Hebreeuwse taalschool van de stad. Het ietwat krankzinnige idee om deze taal te gaan leren en bestuderen komt van ondergetekende. In België kwam ik op twee manieren in aanraking met het Hebreeuws. Ten eerste bij het online bekijken van voetbalwedstrijden uit de Israëlische competitie, een hobby van mij die veel mensen nog steeds niet goed weten te plaatsen of waardoor je mij misschien gewoon een rare snuiter vindt. Ten tweede wanneer Israël weer maar eens in het nieuws kwam, met in de hoofdrol Bibi Netanyahu die dreigende taal spreekt over Iran en bijhorend kernprogramma. De taal komt me echter niet zo dreigend of assertief over. Het heeft eerder iets poëtisch en valt qua klanken onmogelijk in één van de grote taalfamilies te plaatsen. Samengevat: ik ben nogal geïntrigeerd door het Hebreeuws.

Eind oktober gingen we dus eens polsen bij de ulpan of we aan een beginnerscursus konden deelnemen. Helaas kon dat pas vanaf januari, en toen ook die lessen werden verplaatst naar februari, beseften we dat we nog maar heel weinig tijd zouden hebben om iets van de taal op te steken. Maar een cursus van één maand kost ook al rond de 80 euro, dus beslisten we het dan maar te houden op acht lessen gedurende de maand februari. Het doel is om toch minstens het geschrift te kunnen lezen, zodat we tenminste weten in welk cafeetje ze nu weer zo’n lekker ontbijt serveren.

Vorige week maandag moesten we voor het eerst richting ulpan Gordon voor onze vuurdoop. Onze ervaring bij het CLT in Leuven is dat je in zo’n taalcursus altijd interessante mensen ontmoet in de klas. In de ulpan was het vooral een zeer internationaal gezelschap: drie Jordaniërs, een meisje uit Moldova, vier Roemenen, een Amerikaanse, twee Argentijnen, een Nigeriaanse, een Italiaanse, en een hele meute Fransen (ja, die zijn écht alomtegenwoordig hier in Tel Aviv). Onze lerares, Esther, lijkt op de typische joodse bomma: halflang krullend haar, rokerige stem, roze nagellak en veel handgebaren om haar uitleg te doen (dat doen alle Israeli’s trouwens). Esther is verschrikkelijk slecht in het onthouden van namen. Ahmed, één van de Jordaniërs, heet nu al drie lessen Muhammad, Maude heet Mimon en Mathieu heet Macho. Vreemd genoeg kan ze de naam Gert-Jan wel goed onthouden. De uitspraak is ook best oké, want de meeste Israeli’s hebben zo veel problemen met mijn naam dat ik mezelf meestal Christiaan noem als ik weet dat ik die mensen toch nooit meer ga zien.

Het tempo in de les ligt een stuk lager dan bij Grieks aan het CLT. Het eerste deel van de les staat in het teken van het spreken, tijdens het tweede deel leren we het Hebreeuwse alfabet. Mensenlief, dat alfabet, wat een ramp. Er bestaan geen echte klinkers in het Hebreeuws, die voeg je immers aan een medeklinker toe door middel van de schrijfwijze van die medeklinker. Uhu. Ook het van rechts naar links schrijven en lezen is toch wel wennen. Iedere keer dat Catherine en ik een bundeltje papieren krijgen van de juf, moeten we de impuls onderdrukken om te melden dat het nietje aan de verkeerde kant zit. Neen. Je bladert immers ook van rechts naar links. Om het helemaal af te maken, is er nog een groot verschil tussen het geschreven Hebreeuws (Ivrit ktav) en het gedrukt Hebreeuws (Ivrit defus). Tja. Een leuke uitdaging en zo, maar laten we volgend jaar maar gewoon hervatten met Grieks, daar is nog werk genoeg aan de winkel.



donderdag 6 februari 2014

Over raketten en bommen



We zijn afgelopen week met een collega van Gert-Jan, een Roemeen, en diens vriend, een Slovaak, gaan eten. Ze wonen hier al bijna anderhalf jaar, en ze zijn er zot van. Van elkaar en van Tel Aviv. Anderhalf jaar, dat betekent dus ook in november 2012, voor diegene die het zich nog herinneren: raketaanvallen, voor de eerste keer sinds begin jaren ‘90, op Tel Aviv. De Slovaak vertelde hoe hij die maand hier had ervaren: er was eigenlijk niets aan de hand, begon hij. Iedereen ging gewoon naar het werk of school, ging’s avonds op restaurant en bestelde de dagelijkse schotel hummus en limonade met munt, gezellig babbelend met elkaar. Wanneer de sirene afging, ging iedereen een poosje wachten in de bunker van het restaurant. Als ze terug naar buiten mochten, ging iedereen gewoon terug aan tafel zitten en at verder. Soms checkten ze op hun iphone waar de raket naartoe ging. “oh, it’s heading to Ramat Gan” (de stad langs Tel Aviv), en ze gingen lekker languit achterover zitten op hun stoel. Niks aan de hand. Neen, dit voelde niet aan als een oorlog. “It was nothing”. En diegenen die terug naar huis vlogen omdat ze schrik hadden, zoals de Roemeen, werden “little crybabies” genoemd.

Een paar dagen later, zaten Gert-Jan en ik in ons appartement achter de computer. BAMMM, een luide knal. Maar echt luid, geen ontplofte autoband of zo.  Hmm. We keken elkaar aan en beslisten om toch een voorzichtig buiten te gaan kijken. De straat was afgezet door de politie. We vroegen aan de man van de krantenwinkel wat er aan de hand was. Er was blijkbaar een “unidentified object”, dat wil dus zeggen een koffer of een rugzak zonder eigenaar, die ze tot ontploffing hebben laten brengen. Dat is hier een gewone veiligheidsmaatregel en wil niet zeggen dat er daadwerkelijk een bom in de verwoeste, zwartgeblakerde hello-kitty tas zat. Vijf minuten later was heel de straat weer bomvol met mensen die elkaar voor de voeten lopen en auto’s die onafgebroken toeterden.  Het leven gaat voort. Wanneer ik dit ’s anderdaags aan de papa van Matan en Tamar vertelde, vond hij er niks aan. “ Oh yeah, they do it all the time.  99% it’s nothing.”