dinsdag 22 oktober 2013

Mijn eerste echte werkdag in Tel Aviv



Layla tov! Ma kore? (Betekent zoveel als: Goede avond! Wat nieuws?)

Eergisteren was het dan zover: mijn eerste afspraak op de campus van Tel Aviv University met professor Shomer, mijn tijdelijke promotor hier in Israël, de plaatselijke Bart Maddens, zeg maar.  Can we meet on Sunday at 10?” had ze een paar dagen eerder gemaild. “Yes, no problem.”
 
Inderdaad, zondag is in Israël de eerste dag van de werkweek. Dus dan pas ik mij aan. Het weekend begint hier op donderdagavond, en dat is duidelijk merkbaar in de straten van Tel Aviv. Werkelijk álle cafeetjes en restaurants zitten dan stampvol. Vrijdag bij zonsondergang is het tijd voor de Sabbat, of Shabáát zoals men dat hier op een ietwat schaapachtige wijze uitspreekt. Die duurt tot zaterdagavond, en zondag is het terug werkendag.

Zondagochtend sprong ik dus op de fiets naar de universiteitscampus in de meest noordelijke wijk van de stad. Die wijk heet Ramat Aviv, wat zoveel betekent als ‘plateau van de lente’, en die naam heeft het zeker niet gestolen. Na een klein half uurtje puffen in de hitte (met groot verzet, of wat had u gedacht) kwam ik eindelijk aan bij de fietsenstalling. Ik heb hier helaas nog geen eigen fiets, maar maak gebruik van de Tel-o-Fun fietsjes die je doorheen de hele stad kan huren. Een superhandig systeem voor de buitenlandse bezoeker, ware het niet dat je als niet-Israeli geen abonnement kan nemen, maar de wekelijkse prijs moet betalen. Niet echt gebruiksvriendelijk voor de expats in Tel Aviv, als ik mezelf daartoe mag rekenen. Toen ik bij een bezoek aan het gemeentehuis de gekeppelde lokale ambtenaar hierop attent maakte, haalde hij zijn schouders op. Ik maakte me de bedenking dat ze hier waarschijnlijk wel met belangrijkere problemen in het hoofd zitten. Ik verliet het lelijke, uit de jaren zestig daterende gebouw (zie foto) langs de trappen waar premier Rabin in 1995 vermoord werd.



Enfin, na mijn fiets te hebben gedumpt, maakte een imposant gebouw met een gigantisch logo van de universiteit mij duidelijk dat ik op de juiste plaats gearriveerd was (zie foto). Na de ietwat lakse veiligheids- en paspoortcontrole verkende ik de campus een vijftal minuten op mijn eentje. Er zijn wel wat verschillen met de Parkstraat 45. Palmbomen, om maar iets te zeggen. De campus is ook enorm uitgestrekt, met veel bankjes en tafeltjes, dus plaats genoeg om ergens op het gemak buiten te werken. Binnen is er in elk lokaal airconditioning. Sinds mijn verhuis op de faculteit naar een kantoor aan de zonkant (nogmaals bedankt, communicatiewetenschappers), heb ik meermaals gevloekt over de warmte tijdens de werkuren. In Israël kan ik dat excuus dus niet gebruiken om mijn lage productiviteit goed te praten.


De ontmoeting met Yael – zo heet ze bij haar voornaam – was hartelijk. De doos Belgische pralines zat daar misschien wel voor iets tussen. Chocolade en vrouwen, het lijkt iets universeels. Ze kwam echter onmiddellijk ter zake: “What is the purpose of your visit? Tell me about your research.” Naar mijn ervaring is het belangrijk in academia om nooit met je mond vol tanden te staan, en volop te vertellen. Ze luisterde met oprechte interesse, en gaf meteen een aantal zinvolle suggesties. Okay, now I know what your research is about, next week we tell you what you can do for us.”  Benieuwd naar wat dat precies zal geven.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten